woensdag 25 januari 2012

exit Poëzierapport

Poëzierapport houdt er mee op. Kan ik volledig inkomen: http://www.decontrabas.com/de_contrabas/2012/01/exit-po%C3%ABzierapport.html#more.
We kennen de vriendjespoëzie, de prijzenpolitiek en het ons-kent-ons in de dichterswereld.
Willem Thies gaf de toestemming aan de dichters om recensies in hun blog te plakken, dus hier het rapport van Secuur:

Poëzierapport: Frederik Lucien De Laere

Veiligheid – beter gezegd: het toenemende gevoel van onveiligheid en angst – is een actuele en urgente maatschappelijke kwestie, een hot issue. Het gevaar is veelkoppig (ofschoon de dreiging deels denkbeeldig is): 'terroristische' aanslagen; Marokkaanse jongeren die hele wijken in gijzeling nemen en een constante bedreiging vormen voor de openbare orde; ramkraken; gewapende en gewelddadige overvallen op winkels, juweliers en tankstations; afrekeningen in het criminele circuit; skimming (pinpasfraude, vooral geliefd onder Roemenen); cybercriminaliteit (geliefd onder Brazilianen), hackers en crackers.

Beveiligingsbedrijfjes, die garen spinnen bij de (deels door media en politiek aangewakkerde) angst, schieten uit de grond als paddenstoelen in oktober. 'Veiligheid' is big business geworden, net als de farmaceutische industrie, de tabaks- en de wapenindustrie.
Vanaf 14 oktober 2010, onder het kabinet-Rutte, bestaat er in Nederland een heus ministerie van Veiligheid en Justitie (voorheen: ministerie van Justitie).
Aan het begin van 2010 had de plaatselijke afdeling van de PVV in Almere het plan opgevat de veiligheid van deze gemeente te vergroten met behulp van stadscommando's – een potsierlijk en dwaas plan, maar desalniettemin: een plan, en nog wel van een (lokaal) politicus.
In de Verenigde Staten is het schimmige en controversiële particuliere beveiligingsbedrijf Blackwater gevestigd (sinds kort omgedoopt tot Xe-services, na een strategie van rebranding om zijn negatieve imago kwijt te raken), dat wereldwijd opereert, waarbij het ook steeds meer taken van het reguliere Amerikaanse leger overneemt. Feitelijk zijn het huurlingen, grotendeels voormalige CIA'ers, Navy Seals en commando's, die de hoogste bieder dienen. Zowel in Irak als Afghanistan waren mannen van Blackwater betrokken bij verschillende schietincidenten, waarbij zonder aanleiding het vuur is geopend op de burgerbevolking, en wapensmokkel (Irak) en -diefstal (Afghanistan). Blackwatercontractanten waren tot voor kort immuun voor het lokale recht en konden dus niet vervolgd worden in Irak of Afghanistan voor hun misdaden daar.
In dit geval is de 'oplossing' dus duidelijk erger dan de 'kwaal'. Er is een monster geschapen. Een schaduwleger.
Kortom: 'veiligheid' is misschien wel hét hedendaagse maatschappelijke issue.
Secuur, de derde bundel van Frederik Lucien De Laere (1971), is volledig gecentreerd rond precies dit thema: (het verlangen naar, en de behoefte aan) veiligheid, beveiliging, lijfsbehoud, protectie, (zelf)verdediging, verweer, bescherming.
(In Nederland kennen we het adjectief 'secuur' overigens niet in deze betekenis, en het klinkt ons zodanig gebruikt als een gallicisme of vlaamsisme in de oren, maar wellicht is het in Vlaanderen een min of meer gangbaar woord. Wel kennen we hier de begrippen 'secureren' en 'securiteit' in genoemde zin, en hoe dan ook kunnen we ons er de betekenis van 'beveiligd' of 'vezekerd' genoeglijk bij voorstellen. Naast, uiteraard, die van 'precies', 'nauwgezet', 'zorgvuldig'.)
Maar hoewel het overkoepelende thema zéér actueel is, behandelt en benadert De Laere het in de breedte en volte – veiligheid in al haar (of in ieder geval: tal van) verschijningsvormen, door de geschiedenis heen: van 'Helm' en de kruisvaardersburcht 'Krak des Chevaliers' tot 'Kazemat' en 'Tsjernobyl'.
Maar ook: veiligheid die van alle tijden is, ahistorische afweer, 'organische beveiliging', verdedigingsmechanismen van plant en dier: 'Hoorn' (over het gewei van het hert), 'Stekelbaars', 'Slakkenhuis', 'Heester', 'Cactus', 'Donderblad'.
Eén vorm van protectie die we in de bundel aantreffen, is wél bijzonder hedendaags – de beveiliging van internet: 'Hacker', 'HTTPS', 'E-bunker'.
Secuur kan gezien worden als 'kleine encyclopedie van de beveiliging', hoewel natuurlijk niet uitputtend – eerder een 'algemene inleiding tot de beveiliging(smechanismen)'. Daarbij fungeert iedere gedichttitel als lemma, als trefwoord, of zoekterm. Naast, bijvoorbeeld, begrippen afkomstig uit de krijgskunde en het gevangeniswezen omvat het zulke uiteenlopende fenomenen als 'Vernis', 'Schijndood', 'Kuisheidsgordel', 'Airbag', 'Omerta', 'Amulet' en 'Vaccin'.
Niet alleen vormt de bundel daarom, zoals iedere themabundel, een hechte eenheid maar hij is ook afwisselend en veelzijdig.
De gedichten van De Laere zijn rijk aan rijm: veelvuldig maakt hij gebruik van alliteratie en assonantie, soms zeer nadrukkelijk, maar er is ook opvallend vaak sprake van middenrijm, binnenrijm, (ander) volrijm, acconsonantie, bijna-rijm en eindrijm.
Als voorbeeld kan het gedicht 'Helm' dienen:

Behoeder, teken van moed, herder
voor het bloed het hoofd uitspat,
een gekliefde dief van zijn manie
beroofd er het loodje bij neerlegt.

Met spangen, spits of vizier
hitst hij het op tot steekspel of kruistocht
tot het brein een doelwit wordt, een hit,
een slag om het gezond verstand.

Soms gevleugeld, slinks en snel
bij hoofde van een held die koppig
weerstand biedt tegen zwaard, kogel
of schrapnel of de regen van een rel.

(De term 'schrapnel' brengt de Eerste Wereldoorlog in herinnering. Schrapnelgranaten worden ook wel kartetsgranaten genoemd – projectielen die in de lucht uiteeneenvallen in kleine metalen balletjes.)

In bovenstaand gedicht komt ook een geval van (bijna-)acconsonantie voor: '(uit)spat'-'spits'.
De acconsonantie is een geliefde stijlfiguur van De Laere. 'Enclosure' opent met de regels: 'We omranden het land / met de stenen die we vinden / in de grond van onze voorvaderen'. In 'Slakkenhuis' komt het acconsonantiepaar 'slijm'-'sloom' voor. En 'Heester' bevat de combinatie 'pulkt'-'plakt'-'plukt'.
Deze overdaad aan rijm (in veel gevallen in het oog springend) maakt dat de gedichten soepel lopen, geeft ze iets muzikaals, iets speels en lichtvoetigs, maar toch ook iets kinderlijks. En dat versterkt de indruk van de bundel als 'eerste kennismaking met een fenomeen' (in dit geval: beveiliging), als 'kleine inleiding tot', als een studieboekje voor de leek.
Het is duidelijk te zien dat De Laere voor het schrijven van Secuur gebruikgemaakt heeft van internet, en met name de zoekmachine Google, die dan ook achter in de bundel bedankt wordt. Hij heeft zich goed ingelezen en ideeën opgedaan.
Hier en daar 'smokkelt' hij. Zoals in het gedicht 'Cactus':

Vette vrucht die het best gedijt
bij wijde parabool (koud/warm),
een aureool straalt
bloemen en doornen uit.

Wie erin bijt
krijgt een oefening in het lijden
of een wijdere wereld
en waant zich een god
in het land van de adelaar.

Surrogaat voor prikkeldraad,
bakens in het verkende:
schaduwen als kandelaars
gedoofd, het vocht geroofd
en gesaved in de huishouding.

De regel 'in het land van de adelaar' is een verwijzing naar Mexico, naar de Azteekse 'ontstaansmythe': volgens haar moesten de Azteken zich vestigen op de plek waar een adelaar (feitelijk bestaat een adelaar niet, het is een mythisch wezen – gedoeld wordt op de arend) op een cactus zat en een slang verslond.
Uiteindelijk zagen de Azteken dit teken op een drassig, moerassig eilandje in een meer. Hier bouwden zij hun stad, Tenochtitlán, die vanwege haar ligging bijzonder goed te verdedigen was. Ze was enkel door drie dammen met het vasteland verbonden.
Deze 'oorsprongsscène' (de adelaar op de cactus, met de slang in de bek) is ook verbeeld op de huidige vlag van Mexico.
De voorgaande regels van deze zelfde, tweede, strofe duiden op (de effecten van) de Lophophora williamsii, oftewel de peyote(cactus) of peyotl (ook wel bekend als mescal): een kleine doornloze bolvormige cactus die in Mexico groeit. Deze cactus wekt hallucinaties op als men hem eet – in het gunstige geval werkt hij geestverruimend ('een wijdere wereld'), in het ongunstige geval belandt men in een bad trip ('een oefening in het lijden').
Strikt genomen hoort deze hallucinogene cactus, hoewel eveneens gesitueerd in 'het land van de adelaar' Mexico, niet thuis in een themabundel over afweer en protectie – hij heeft immers geen stekels, is doornloos. Het gaat hier dus om een weerloze ('ongewapende') cactus.
Ik heb echter het vermoeden dat De Laere eenvoudigweg 'alles uit het woord wilde halen', het woord wilde 'leegplunderen' – het sap eruit persen. En dat is zijn goed recht.
Ook in 'Kazemat' veroorlooft De Laere zich een zekere vrijheid ten opzichte van de historische accuratesse. De slotstrofe van dit gedicht luidt:

Nu:
niet meer toegankelijk
want heer en meester
zijn de vleermuizen
over dit bewapend huis,
een vrank gefladder
in het wrange
der vergankelijkheid.

Het lijkt de letterlijke betekenis van 'kazemat' – 'bewapend huis'.
Het woord 'kazemat' is immers afgeleid van het Italiaanse 'casa matta' of het Spaanse 'casa armata'. Deze begrippen zijn echter, op hun beurt, afgeleid van het oude Byzantijnse woord 'chasmata', dat werd gebruikt om de schietsleuven in vestingwerken mee aan te duiden. In het moderne Grieks wordt 'chasma' nog steeds gebruikt voor 'spleet' of 'kloof'.
In het Italiaans en Spaans is dit oorspronkelijke 'chasma' dus verbasterd tot 'casa', wat het wijdverbreide misverstand verklaart dat 'casa' naar 'huis' zou verwijzen.
Maar ook hier geldt: Secuur is een dichtbundel en geen wetenschappelijk werk, en het staat De Laere natuurlijk vrij de informatie waaruit hij heeft geput te manipuleren, naar zijn hand te zetten.
'Hoorn', het openingsgedicht, vind ik met afstand het sterkste van de bundel:

De balts in de pas, lonkend
naar de fonkelende ogen
van het schichtig wijfje,
met een gewei wijds
vertakkend zich
tot bronstig netwerk.

Het hoofdschuddend pronken
met de uitstekende conditie
treft doel: een haard, een harem
clustert zich rond hem, hij
die het gevaar verkent.

Hij die op den duur status
koppelt aan grotesk, zijn toorn
laat varen en zijn macht
aan de hoorns hangt,
spijts het overgrote ego.

Al wordt het woord nergens genoemd, dit gedicht is duidelijk aan het hert gewijd.
In 'Hoorn' wordt een spitsvondig spel met betekenissen gespeeld, met elkaar 'kopiërende' beelden, met visuele parallellen, met semantische overlappingen, en met dubbelzinnigheden.
Dat begint al met de titel. De hoorns van een dier (steenbok, neushoorn, hert – een gewei is een heel specifieke, eigenaardige vorm van een hoorn) kúnnen een offensief doel dienen, al is dit zelden het geval. Zij kunnen als stootwapen in de strijd worden geworpen. Rivalen kunnen ermee op de knieën worden gedwongen, als het moet. Dat is het voorwerp of lichaamsdeel 'hoorn': een hard en puntig uitsteeksel op de kop van een dier.
'Hoorn' is echter ook een materiaal, eveneens hard en taai. Het schild van een schildpad is van hoorn. (En, wie weet, maakten krijgers in een ver verleden wel eens gebruik van schildpadschilden om zich te beschermen. Naast schilden van, bijvoorbeeld, riet, leer en hout, en later natuurlijk metaal.) Daarmee verwijst de titel ook naar 'afweer'.
En inderdaad is een gewei zowel een offensief als defensief wapen, zowel stootwapen als schild.
Het woord 'schichtig' betekent natuurlijk allereerst 'schuw' of 'schrikachtig', maar evoceert ook reeds het 'gewei' in de volgende regel – dit gelijkt in essentie op een schicht: een puntig wapen (dat geworpen of geschoten wordt). Een bliksemschicht is puntig, vertakt, 'trapsgewijs' opgebouwd, net als een gewei.
Daarnaast betekent 'schicht' 'vurige, vinnige of zeer levendige straal uit het oog'. Het woord 'schichtig' echoot dus tevens het 'fonkelende ogen' in de voorgaande regel. 'Fonkelen' betekent immers: 'levendig stralen', 'felle stralen schieten', van bijvoorbeeld ogen. 'Fonkelende ogen' zijn 'bliksemende ogen'.
Ten slotte zou je kunnen zeggen dat de 'schichtige' natuur van het wijfje op zich al een verdedigingsmechanisme bij uitstek is: een schichtig dier is snel geneigd te vluchten, om zich zo in veiligheid te brengen. Fight or flight.
Evolutionair gezien ontstond het gewei vermoedelijk als afweer tegen roofdieren. Later werd het gebruikt als strijdmiddel tegen seksuele rivalen. Tegenwoordig voorkomt het juist de meeste gevechten.
Een gewei is, kortom, zowel schicht als schild, zowel stoot- als verdedigingswapen.
Door middel van een hecht weefsel ('netwerk') zijn de woorden 'fonkelende', 'schichtig' en 'gewei', die ook nog eens direct boven elkaar gepositioneerd zijn, stevig met elkaar verbonden – op ingenieuze wijze. Ik durf met enige stelligheid te beweren dat dit geen toeval is. De Laere is hier uiterst secuur te werk gegaan.
Secuur van Frederik Lucien De Laere is een bundel rijk aan klankverwantschappen en semantische verbindingen, die een beroep doet op de algemene kennis, met name een rudimentaire historische kennis – een bundel ook die (verder) nieuwsgierig maakt naar de verschijnselen die onder de lemmata worden 'voorgesteld' aan de lezer, die ertoe uitnodigt een naslagwerk te raadplegen of te googelen, om de dichter in zijn onderzoek te volgen, het spoor dat terugvoert naar diens bronnen.

Recensent: Willem Thies
Secuur – Frederik Lucien De Laere
Poëziecentrum, Gent, 2010
ISBN 978 90 5655 414 9 - € 17,50

Geen opmerkingen: