Posts

Posts uit augustus, 2012 weergeven

gedichten (2)

uit Secuur (PoëzieCentrum, 2010): Hoorn De balts in de pas, lonkend naar de fonkelende ogen van het schichtig wijfje, met een gewei wijds vertakkend zich tot bronstig netwerk. Het hoofdschuddend pronken met de uitstekende conditie treft doel: een haard, een harem clustert zich rond hem, hij die het gevaar verkent. Hij die op den duur status koppelt aan grotesk, zijn toorn laat varen en zijn macht aan de hoorns hangt, spijts het overgrote ego. nieuw stadsgedicht Damme, 2012: Damme, my love Er zijn vonken. Er slaan gensters. We hebben een venster op de wereld, het geluk waait ons toe op de toren, we spellen elkaars namen en laten ze over de vlakte galmen, herinneringen ophalend aan een haven, een thuiskomen na een bar traject, een duister vooraf. Hier is jouw beeld aan het mijne geklonken, hier vonden  we de weg, dronken van het landschap, wentelend ons in een briljante beteugeling tussen de kromme bomen. Bij de bloesems aan de hagedoorns vrije

gedichten

uit Paniek in het Circus (PoëzieCentrum, 2003), ook opgenomen in Komrij's Nederlandse poëzie van de 19de t/m de 21ste eeuw in 2000 en enige gedichten: Black beauty Op zekere nacht kwam hij op onverklaarbare wijze te voorschijn uit een diep en donker meer. Zijn vacht blonk toen hij daar stilstond. Hij liet zijn manen slingeren in de wind om dan droog en geruisloos te verdwijnen in het woud. Hij was er vreemd en van de dieren die hij zag kende hij er geen bij naam. Neen, ook bij de mens (die hij meteen herkende) was hij niet thuis. uit De martelgang (PoëzieCentrum, 2006): Dal der beenderen Dit is wat rest: er rust een schat van een volk in dit dal als zalmen bijeengedreven om te sterven, de laatste psalmen klonken onder gemekker en gekerm. Zouden we het kunnen wekken en herschikken tot een ordelijk leger dat mordicus in elke steeg zou opereren om met wortel en tak te verschroeien nu eindelijk uiteindelijk de verschrikkelijke vijand? Zouden we een knecht kunne

bericht van het PoëzieCentrum

Na 32 jaar trouwe dienst neemt Willy Tibergien, oprichter van Poëziecentrum, op 1 augustus 2012 definitief afscheid als directeur. Tibergien verrichtte pionierswerk. Dankzij zijn onvermoeibare inzet en zijn niet aflatende ijveren voor de poëzie slaagde hij erin om een in de wereld uniek centrum uit te bouwen dat zich dagelijks bezighoudt met de promotie van poëzie. Zijn levenswerk wordt voortgezet door het gedreven team onder de leiding van Carl De Strycker.